Naambetekenis, -afkomst:
- Van Wulpen:
- Laevens, Lavens, Laebens, Labens: zijn namen die typisch in West-Vlaanderen voorkomen. Laevens komt het meest voor in de regio's Deerlijk, Harelbeke, Roeselare, Zedelgem. Lavens vinden we ook in Waregem, Roeselare, Lichtervelde, Torhout, Houthulst. Laebens komt dan weer rond Kortrijk, Zwevegem, Torhout, Zedelgem voor. Mogelijk komen al die namen van dezelfde stamvader voort; de afstammelingen van Joannes Laebens (° ca. 1700 Kooigem) heten zowel Lavens als Laevens; de kinderen van Petrus Labens (° 1701 Lichtervelde) heten allen Lavens. Jan Baptist Laevens (° 1753 Deerlijk) stamt af van Joos Labens of Labins (° 1593 Dottenijs). De naam La(e)vens zou kunnen komen van de Germaanse voornaam Lavoldus of zelfs van Lauwens of Laurens. La(e)bens zou van de Bijbelse naam Laban kunnen komen. Misschien komt ook La(e)vens van Laban gezien de oudst voorkomende vorm Labins en de mogelijke historische vervorming van "b" en "v".
Uit de "Krant van West-Vlaanderen" en het "Verklarend woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk" van dr. Frans Debrabandere.
- Noël : Oorspronkelijk Franse naam. Via Oudfrans Nouel uit Latijnse natalis (dies natalis, "geboortedag van Christus", ook Natalia). Deze naam werd aanvankelijk gebruikt voor kinderen geboren op Kerstdag (Noël). Ook tegenwoordig gebeurt dit nog wel eens. Komt reeds voor in Zuid-Nederland in de 17e eeuw; vrouwelijke vorm Noëlla in de 18e.
- Rita : Vleivorm van Margaretha (vgl. Margrieta), Maria (vgl. Riet) of eventueel uit Hendrica. Heiligennaam: Rita van Cascia, geboren ca. 1381 in Rocca Porena (Umbrië-Italië); gestorven in 1447; kerkelijke feestdag: 22 mei. Zij kreeg de titel "Santa degli impossibili": "patrones voor hopeloze of onmogelijke zaken".
- Henk : grondvorm Hendrik: tweestammige Germaanse naam, een van de frequentste Germaanse namen. Het is moeilijk het eerste lid geheel bevredigend te verklaren. Namen met heim- (heim, woonplaats, erf) kwamen in het Germaans veel voor, hein- alleen in deze naam. Hij komt te vroeg voor om hem uit "hagan" te verklaren (vgl. E. Schröder, Deutsche Namenkunde, 119); het tweede lid betekent "machtig" (rik). Na Hendrik de Vogelaar (gestorven in 938) is het een veel voorkomende Duitse keizers- en koningsnaam. Zijn verbreiding heeft hij vermoedelijk gekregen door Hendrik II, de Heilige (1002-1024), stichter van het bisdom Bamberg in Beieren en van verschillende kloosters. In 1146 werd hij heilig verklaard; kerkelijke feestdag: 15 juli. In totaal zeven Duitse keizers droegen de naam. Ook elders kwam hij als vorstelijke en aanvankelijk vooral aristocratische naam veel voor. In Frankrijk werd hij tegen het eind van de 10e eeuw geïntroduceerd door de hertogen van Bourgondië. Hij werd gedragen door vier koningen van Frankrijk, voorts door vier van Castilië en door acht van Engeland. Dit heeft tot de verbreiding en populariteit van de naam zeker veel bijgedragen. Ook in Nederland is de naam vanouds populair, zonder dat hij aanvankelijk door heiligenverering gesteund werd. Vrouwelijke vormen zijn in Nederland vanaf de 14e eeuw aan te treffen: Henrica; 16e eeuw: Hendriksken, Hendrickje; 17e eeuw: Hendrina; eind 17e eeuw: Henriëtte.
- Filip : Grieks: "liefhebber van paarden". Het is reeds een oude Griekse naam, bv. vijf koningen van Macedonië droegen hem. In het N.T. is het de naam van een van de twaalf discipelen (Joh. 1,44v.), volgens de legende gekruisigd in Hiërapolis in Klein-Azië; kerkelijke feestdag: 11 mei. Ook in het N.T komt de naam voor: Philippus, diaken en evangelist, o.m. vermeld in Hand. 6,5; kerkelijke feestdag: 6 juni. Het is ook de naam van een heilige, hij was bisschop van Heraclea in Tracië en martelaar tijdens Diocletianus (ca 304); gestorven in Adrianopel; kerkelijke feestdag: 22 okt. Oudste voorbeeld in Holland is uit 1134. Middeleeuwse vleivormen zijn Lippin en Lippijn. (ook Phillippe)
Uit Nederlandse Voornamen Databank Meertens Instituut